Dreischor

De kerk

Sint Adriaanskerk

De royale tweebeukige gotische hallenkerk - het middelpunt van het dorp- werd gebouwd tussen eind 14e eeuw (koor) en het midden van de 15e eeuw (schip en zuidbeuk). De toren kwam het laatst gereed. Zoals bij bijna alle kerken uit die tijd staat de toren aan de westzijde en het koor aan de oostzijde. Al tijdens de bouw begon de toren wat te verzakken. De volgende travee bouwde men recht, zodat er nu een lichte knik is te zien. Er tegenaan leunt een traptoren met stenen spits. De torenspits werd in 1724 getroffen door de bliksem en nadien weer hersteld. In 1867 was het weer raak tijdens een onweersbui en kwam zelfs de luidklok naar beneden. Tijdens de restauratie die volgde, werden de vier charmante hoektorentjes verwijderd. Men schafte een tweedehandse luidklok aan, afkomstig uit een juist afgebroken poort in Middelburg. Deze klok, in 1632 gegoten door de Middelburgse klokkengieter Michiel Burgerhuijs, weegt 800 kg en laat nog steeds zijn stem horen. De sacristie aan de zuidzijde dateert uit het midden van de 16e eeuw en werd gebouwd ter vervanging van een kleinere aan de noordzijde. In 1875 werd de zuidbeuk verbouwd tot school. De noordkapel kwam in deze vorm tot stand, evenals de aangebouwde ruimte aan de noordoostzijde, tijdens de restauratie tussen 1959 en 1968.

De Dreischorse kerk was voor de reformatie gewijd aan de heilige Adrianus, die in het begin van de vierde eeuw leefde in Nicodemië (Turkije). Volgens de legende bekeerde hij zich tot het christendom nadat hij getuige was geweest van het lijden en de standvastigheid van een groep vervolgde christenen. Dat kostte hem het leven, hij werd op een gruwelijke manier ter dood gebracht. Sint Adriaan was de patroon van de smeden, slagers, leerlooiers, soldaten en beschermer tegen de pest.

HET INTERIEUR.
De kerk bezit een houten tongewelf, pilaren met koolbladkapitelen en muurkolonetten met gebeeldhouwde fratskopjes. In de bijzondere overhoekse doopkapel (ook wel Van Bloiskapel genoemd, naar ambachtsheer Jan van Blois, die waarschijnlijk sterk betrokken was bij de stichting van deze kerk), staat een gedeelte van een houten hek, waarvan de herkomst onduidelijk is. Aan de noordmuur en bij de preekstoel bevinden zich restanten+ van muurschilderingen, die helaas slechts gedeeltelijk konden worden behouden. De herenbanken stammen uit de 17e en 18e eeuw.
De Dreischorse kerk kreeg zijn eerste orgel in 1928. Het was een soort harmonium met imitatie orgelpijpen en deed dienst tot de restauratie in 1968. Het werd vervangen door het huidige orgel, dat is gebouwd door H.J. Vierdag te Enschede.

Hoog in het koor bevinden zich veertien klankpotten in de muur. Oorspronkelijk waren dit steigergaten. Ze werden afgedekt met ajour gesneden plankjes, met dodekop donkerrood gekleurd. In de vloer van het koor bevinden zich grafstenen van geestelijken en de steen van het voormalige hoofdaltaar, herkenbaar aan de vijf wijdingskruisjes.

De eikenhouten preekstoel dateert uit ongeveer 1670 en bevond zich voor de restauratie in de koorsluiting. Daarvoor stond het koor- of doophek uit eind 15e, begin 16e eeuw, waarvan een gedeelte nog aanwezig is. In de muur bevinden zich nissen voor een kaars of voor de piscina, waar de priester vroeger zijn handen waste voor en na de uitreiking van de hostie.

In de zuidbeuk van de kerk is een van de mooiste grafkapellen van Nederland te zien. Deze werd in de 18e eeuw ingericht en voorzien van twee marmeren herdenkingsmonumenten voor Jan en Cornelis Ockersse en hun neef Pieter Mogge. Jan Ockersse en Pieter Mogge waren ambachtsheren van Dreischor en bijzonder rijk. Alledrie stierven ze ongehuwd. De laatstgenoemde liet in 1756 ruim anderhalf miljoen gulden na, wat toen een enorm kapitaal was. De kapel wordt afgesloten met een schitterend smeedijzeren hek. Onder de verhoogde vloer bevindt zich de eigenlijke grafkelder. De kerk en de grafkapel moet u tijdens uw verblijf in Dreischor beslist gezien hebben.

Website van de kerk:

www.streekgemeentedreischornoordgouwe.nl